Boerenzwaluw

Fotograaf: Luc Meert

De boerenzwaluw is een echte zomervogel en die zomer kan dan duren van eind maart tot begin oktober. Het spreekwoord ‘een zwaluw maakt nog geen zomer’ hebben we te danken aan deze vrolijk klinkende luchtacrobaat die als eerste van alle zwaluwsoorten bij ons terugkeert. Voor velen is het misschien nog te vroeg om eind maart al aan de zomer te denken – vandaar het spreekwoord – maar voor het betere lentegevoel kun je zeker bij de boerenzwaluw terecht. En het mooie is: je kunt hem de hele zomer horen zingen, tot en met september, en dat doen veel zogenaamde zomervogels hem niet na. Daar komt bij dat je er gerust een stoel en een drankje bij kunt pakken – zomerser kan het niet – want de boerenzwaluw laat zich gemakkelijk van dichtbij bewonderen.

Zang

De boerenzwaluw zingt strofen met een lengte van drie tot ongeveer vijftien seconden. Ze zijn opgebouwd uit een snelle aaneenschakeling van meest korte, in toonhoogte iets variërende toontjes. Gemiddeld gaat het om vijf tot tien toontjes per seconde; vijf wanneer er een keer een langere toon tussen zit en tien wanneer het om enkel korte toontjes gaat. De pauzes tussen de strofen zijn vaak kort waardoor het geheel veel wegheeft van continuzang. Kenmerkend in de zang van de boerenzwaluw is een droog rateltje van ongeveer een halve seconde dat vaak wordt voorafgegaan door een of twee wat langere tonen. De zang van de boerenzwaluw is het best te omschrijven als ‘opgewekt gekwetter’.

Boerenzwaluw, zang

Roep

Een veel gehoorde roep van de boerenzwaluw is een kort, in de vlucht, maar ook zittend voorgedragen roep die klinkt als tjwit? of twit? Hij wordt vaak meerdere keren herhaald.

Boerenzwaluw, roep vliegend

De alarmroep is een hoog en fel sji it-sji of tsiliwit.

Gedrag

De boerenzwaluw kun je zowat overal zingend aantreffen: (hoog) in de lucht, zittend op een zangpost met voldoende uitzicht (draad, tak, dakgoot, …) en natuurlijk in een stal of schuur vanaf een balk of vanuit het nest. Vaak is er op deze plekken sprake van groepszang, van enkele tot tientallen vogels. Op slaapplaatsen in met name rietvelden kunnen duizenden vogels tegelijk zitten te zingen.

Boerenzwaluw, zang van een groepje van zes overvliegend

Boerenzwaluwen kun je de hele dag zingend aantreffen, vanaf een uur voor zonsopkomst tot na zonsondergang. Broedende boerenzwaluwen kun je tegenkomen tot op enkele honderden meters van hun nesten (in gebouwen en onder bruggen). Tijdens de voorjaars- en najaarstrek kun je ze overal zingend of roepend over horen vliegen.

Interessante informatie & weetjes

  • In de overwinteringsgebieden ten zuiden van de Sahara kunnen boerenzwaluwen met honderdduizenden tegelijk op slaapplaatsen zitten te zingen.
  • In het begin van het broedseizoen of wanneer er geen vrouwtjes in beeld zijn, ontbreekt vaak het droge rateltje in de zang.
  • Er zijn aanwijzingen dat de boerenzwaluw een aparte alarmroep heeft voor acuut gevaar (jagende boomvalk of slechtvalk).

Gelijkende soorten

  • De zang van de huiszwaluw bevat meer lage, rollende klinken en mist de felle, droge ratel van de boerenzwaluw.
  • De zang van de oeverzwaluw bestaat vooral uit rauwe, raspende tonen en klinkt daardoor minder staccato.
  • De putter heeft eenzelfde soort opgewekte zang als de boerenzwaluw, met eveneens zo nu en dan een droog rateltje, maar de toontjes van de putter zijn zuiverder en ‘puntiger’.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de Veldgids Vogelzang
Geluiden: app BirdSounds Europe, Henk Meeuwsen